fragment 06 - wonder
'Op een dag schonk zij water voor mij in. Het was een eenvoudig glas, maar zij hield het tegen het licht, zoals je bij een kristallen bokaal doet. Ik keek, maar kon met de beste wil van de wereld niet ontdekken wat zij er in zag. "Water neemt de vorm aan van de houder." Zij sprak vol ontzag. "Net had het nog de vorm van de kan, nu heeft het de vorm van het glas." Zij zei het alsof ze mij op een mirakel wees. Ik lachte haar uit. Geschokt keek ze op. Tranen sprongen in haar ogen. "Het leek zo'n wonder. Ik heb mij er altijd over verbaasd. Het water in de beek heeft de vorm van de oever. In mijn hand neemt het de vorm aan van mijn handpalm." Zij raakte werkelijk overstuur. "Zo bijzonder vond ik het. Ik wilde het met u delen. En nu denkt u dat ik onnozel ben." Ik weersprak dat uit alle macht, maar daarme suste ik haar niet. "Daar gaat het niet om," snikte ze. "Het is alleen... ik heb altijd gedacht dat het zo mooi was en nu zal het voortaan heel gewoon zijn." Monsieur le chevalier de Seingalt stond nog steeds op straat met zijn hoed in de hand. Het regende, maar dat scheen hem te ontgaan. Nog altijd zochten zijn ogen door mijn sluier heen de mijne.
'Waarom zou een wonder geen wonder zijn alleen omdat een ander het niet ziet?'
uit: Een schitterend gebrek van Arthur Japin
fotografie: Annedien Hoen







